Situatie internationaal

Het aantal blauwtonggevallen is de afgelopen week nog zeer snel toegenomen, zowel in Nederland, België als Duitsland. In Frankrijk is nog steeds sprake van vijf uitbraken, vlakbij de grens met België. Bulgarije meldde op 10 oktober ook uitbraken van blauwtongziekte, het is nog niet zeker van welk virustype. Bulgarije is eerder getroffen door blauwtongziekte, en ook in dit geval lijkt de het virus afkomstig te zijn uit Turkije, omdat de uitbraak plaatsvindt in het uiterste zuidoosten van het land, aan de Turkse grens. 

 

Een overzicht:

 

Land

Aantal gevallen

Op datum…

Toename

België

404

19 oktober

107

Bulgarije

8

11 oktober

8

Duitsland

Ongeveer 400 (372 in Noordrijn-Westfalen)

19 oktober

Ongeveer 180

Frankrijk

5

13 oktober

1

Luxemburg

0

-

0

Nederland

263

19 oktober

57

 

De Duitse blauwtongrestrictiezones zijn de afgelopen week snel uitgebreid en omvatten nu geheel Noordrijnwestfalen, Hessen, Saarland, Rijnland-Pfalz en grote delen van Nedersaksen, Bremen, Saksen-Anhalt, Thüringen en Baden-Württemberg. 

De Nederlandse 20-km zones zijn vorige week samengevoegd en omvatten nu geheel Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, en ook grote delen van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland.

 

  
 
 

Door de snelle toename van de afgelopen week blijkt het moeilijk om de Europese Commissie te bewegen te gaan praten over maatregelen tegen de ziekte op de langere termijn. Afgelopen vrijdag is in Brussel door de lidstaten afgesproken om hier op 8 november over te gaan praten.

 

De OIE, de werelddiergezondheidsorganisatie, organiseerde op 20 oktober een bijeenkomst over blauwtongziekte in Parijs. Hier werd bekend gemaakt dat de knut Culicoides dewulfi de verspreider is van de blauwtongziekte in Noordwest-Europa, en niet de Zuid-Europese Culicoides imicola. De OIE concludeert hieruit dat de kans groot is dat de blauwtongziekte zich in Noordwest-Europa zal handhaven en mogelijk verder uitbreiden.

 

De Franse regering vergoedt veehouders in de haar blauwtong restrictiezones maximaal € 3000,- per bedrijf als zij door de blauwtongziekte meer dieren (kalveren, broutards) moeten aanhouden dan vorig jaar om deze tijd. 

 

Situatie Nederland

LTO heeft namens Nederland de laatste dagen bij LNV en Europese Commissie continue aandacht gevraagd voor de afzet van fokdieren, nuka’s en slachtdieren. In samenwerking met de kalverintegraties wordt gewerkt aan een kanalisatieplan, waar LNV haar goedkeuring nog moet geven. De afzet van slachtdieren, met name schapen, naar Frankrijk is ietswat verlicht door de groei van het aantal slachterijen in Noord-Frankrijk die toegankelijk zijn voor afzet van Nederlandse schapen. Deze lijst, beschikbaar via ondergetekenden, wordt nog wel weer aangepast. Frankrijk wil namelijk geen afzet van herkauwers voor de slacht toestaan naar haar grondgebied tussen de grenzen van de 100-km en 150-km zones rondom uitbraken. De afzet van fokdieren vanuit 20-km zones naar vrije zones in de EU is niet toegestaan, ook niet zonder testen. Dit geldt ook voor Frankrijk en, sinds kort, voor Duitsland. LTO zet zich er voor in dat er een regeling komt voor vervoer van fokdieren in de 20-km zone naar vrij gebied, maar dat zal dan minimaal gepaard moeten gaan met testen vooraf en enkele weken na aankomst.

 

Vooruitzichten

LTO voert op het moment met LNV en EU een debat over de vooruitzichten. Het zicht daarop wordt vooralsnog verhinderd door het voortdurende zachte weer. Hoe langer dit aanhoudt, des te langer duurt het voordat transportverboden kunnen worden verlicht of opgeheven. Vrij algemeen wordt aangenomen dat blauwtongvirus zich niet meer vermenigvuldigt in knutten bij een temperatuur lager dan 15 graden. De knutten zelf worden ook minder actief vanaf 15 graden en zijn bij 7 graden helemaal niet meer actief. Echter, het gedrag van deze insecten verschilt per soort, en hierover is veel nog niet bekend.

 

Op dit moment zijn de gedachten binnen EU en OIE als volgt:

  • als de knutten niet meer actief zijn (dit is beneden een bepaalde temperatuur), bijvoorbeeld rond 1 december, gaat een periode van 40 dagen in;
  • na de 40 dagen zijn er twee mogelijkheden om herkauwers vanuit de blauwtongrestrictiezone naar blauwtongvrij gebied te brengen: testen op antilichamen en vervolgens nog eens 28 dagen wachten, of testen op virus en vervolgens nog 14 dagen wachten (14 dagen is de maximum incubatietijd, 28 dagen is de maximumduur na infectie voordat antilichamen aangetoond kunnen worden);
  • na 60 dagen (maximumduur voor herstel na een infectie) wachten zouden herkauwers ook zonder testen naar vrij gebied toe moeten kunnen. Dit lijkt de enige, economisch haalbare werkwijze voor slachtdieren, gezien de kosten die gepaard gaan met testen. 

Deze periode van ‘vrijhandel’ zou duren totdat de knutten in het voorjaar, bij oplopende temperaturen weer actief worden, bijvoorbeeld in april. Op dat moment is er sprake van één grote blauwtonggebied in Noordwest-Europa. Als er dan weer uitbraken van blauwtongziekte komen, ontstaan er in dat gebied weer ’20-km zones’. Zo niet, dan kan in EU/OIE-verband gepraat worden over afbouw van verplichtingen. Als er gedurende twee jaar geen blauwtongziekte meer gevonden wordt, wordt dit gebied voor de OIE weer ‘blauwtongziektevrij’.

 

LTO zet in op beheersing van het virus met zo weinig mogelijk problemen voor de veehandel, en dan met name de export van slachtdieren en fokvee. Volgens de OIE-regels kan een dier 60 dagen na vaccinatie vrij verhandeld worden. In de EU voeren Spanje, Italië en Frankrijk (op Corsica) reeds een vaccinatiebeleid. De vaccins die daar gebruikt worden, werken echter niet tegen het type 8 blauwtongvirus dat in Noordwest-Europa voorkomt. Daarom heeft LTO de EU gevraagd om vaccins te ontwikkelen tegen het Noord-Europese blauwtongziektevirus (type 8) en hiervoor geld beschikbaar te stellen. Het is goed om te merken dat de OIE dat pleidooi op 20 oktober heeft ondersteund.

 

Persbericht OIE, d.d. 23 oktober 2006
 

Integrale Portefeuille Diergezondheid en –welzijn LTO Nederland

 


Mona van Spijk, Klaas Johan Osinga, maandag 23 oktober 2006