|
|
|
Nieuwsbrief Sociaal en Economisch Beleid september 2007
1. Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP)
Agrarische ondernemers zijn altijd op zoek naar manieren om hun activiteiten meer op te laten leveren. Voor sommige ondernemers kan het rendabel zijn om nieuwe bedrijfsactiviteiten op te starten. Hierbij wordt vaak gedacht aan een zorgboerderij of minicamping. Soms zijn er echter ook mogelijkheden om “ buiten het eigen erf” te ondernemen. Eén van de mogelijkheden hiervoor is het aanbieden van diensten aan derden als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP). Om ZZP-er te kunnen worden dient u zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Vervolgens kan een BTW nummer bij de belastingdienst worden aangevraagd. Veel ZZP-ers maken gebruik van een zogenaamde VAR verklaring (Verklaring ArbeidsRelatie). Deze verklaring is niet verplicht maar wel heel handig om te hebben. Door middel van deze VAR verklaring kunt u aantonen dat u niet in feitelijke loondienst bent van de opdrachtgever. Hierdoor wordt de opdrachtgever gevrijwaard van eventuele aanspraken op de betaling van sociale premies en loonbelasting. U geeft hiermee aan persoonlijk garant te staan voor een deugdelijke afdracht van belastingen en premies. In de VAR verklaring is aangegeven voor welk soort werkzaamheden de verklaring geldt. Meer informatie over de VAR verklaring vindt u op www.ltozzp.nl
De VAR verklaring kan via www.belastingdienst.nl worden aangevraagd. De tarieven die ZZP-ers in rekening brengen liggen doorgaans hoger dan de loonkosten voor een werknemer. In het tarief zijn immers naast de afdrachten voor belastingen en sociale premies ook verzekerings- en administratiekosten verrekend. De meeste zakelijke kosten zoals computers, reiskosten en briefpapier mogen van de winst worden afgetrokken. De regels die hiervoor gelden staan op de website van de belastingdienst vermeld. Daarnaast geldt er voor ZZP-ers de zelfstandigenaftrek en kunnen startende ZZP-ers profiteren van de startersaftrek. LTO Noord ondersteunt agrarische ondernemers die als ZZP-er aan de slag willen. Op www.ltozzp.nl vindt u meer informatie over ZZP. Tevens is hier een virtuele marktplaats ingericht waar ZZP-ers hun diensten kunnen aanbieden en opdrachtgevers hun opdrachten onder de aandacht kunnen brengen. Indien u specifieke vragen heeft over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Peter Baltus van LTO Noord Projecten via pbaltus@ltonoordprojecten.nl
2. Teruggave energiebelasting
Bedrijven met twee elektrameters kunnen soms een deel van de energiebelasting terugkrijgen. Op grond van artikel 36i van de Wet Belasting op Milieugrondslag wordt bij een hoger elektriciteitsgebruik een lager tarief per kWh in rekening gebracht. Energiebelasting voor elektriciteit wordt geheven op basis van gebruiksstaffels. Indien u zowel een elektrameter voor zakelijk gebruik als een elektrameter voor privégebruik heeft, betaalt u voor beide meters het hoogste tarief. Door het energieverbruik van beide meters bij elkaar op te tellen is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor een lager energietarief.
De belastingdienst compenseert het verschil tussen het hogere en lagere tarief door middel van een teruggave van de energiebelasting. Om in aanmerking te komen voor teruggave kunt u het beste eerst contact opnemen met uw energiebedrijf. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Aat Dijkshoorn van LTO Advies. Hij is te bereikbaar op 070-4130990.
3. Regeling gelegenheidsarbeid
In de nieuwsbrief ESB van juli 2007 is de regeling gelegenheidsarbeid toegelicht (zie punt 7).
De belastingdienst en Colland hebben aangegeven dat scholieren en studenten in het kader van de regeling 8 volle weken mogen werken. Het is daarbij niet belangrijk op welke dag van de week wordt gestart met de werkzaamheden. De regeling gelegenheidsarbeid geldt ook voor buitenlandse studenten. Zij dienen naast een geldig identiteitsbewijs en een geldig inschrijfbewijs van hun opleiding in het bezit te zijn van een internationale studentenkaart (ISIC). De werkgever dient een kopie van de internationale studentenkaart te bewaren in het werknemersdossier. Buitenlandse studenten die niet in het bezit zijn van zo’n kaart kunnen deze aanvragen bij een ISIC afgiftepunt (zie www.isic.org).
4. Uitkeringsregeling zwangere zelfstandigen
Het kabinet komt met een publieke uitkeringsregeling voor zwangerschaps- en bevallingsverlof voor zelfstandigen. Vrouwelijke zelfstandigen krijgen 16 weken recht op een uitkering. De hoogte van de uitkering van de zelfstandige hangt af van de inkomsten van de zelfstandige in het voorafgaande jaar en bedraagt maximaal het wettelijk minimumloon (€ 1317,- bruto per maand). De regeling wordt uit de algemene middelen betaald. Vrouwelijke zelfstandigen hoeven geen aparte premie te betalen. Dit schrijven minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Van der Hoeven van
Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. In het verleden waren vrouwelijke zelfstandigen via de Wet Arbeidsongeschikheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) publiek verzekerd van een uitkering bij zwangerschap. De WAZ is per 1 augustus 2004 afgeschaft. Het kabinet vindt een nieuwe publieke regeling voor zwangerschaps- en bevallingsverlof om verschillende redenen wenselijk. Ten eerste bestaat het risico dat vrouwen die niet zijn verzekerd zo lang mogelijk doorwerken en zo snel mogelijk weer starten na de bevalling. Dit kan ten koste gaan van de gezondheid van moeder en kind. Met deze publieke regeling wil het kabinet dit voorkomen. Daarnaast maakt de regeling een nadeel ongedaan van vrouwelijke ten opzichte van mannelijke ondernemers. Met deze regeling komt het kabinet tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer en de Commissie Gelijke Behandeling.
De regeling wordt opgenomen in de Wet Arbeid en zorg. Dit betekent dat een wetswijziging nodig is. Naar verwachting gaat de regeling de tweede helft van 2008 in. Het uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (UWV) zal de regeling uitvoeren. LTO Nederland stemt in met het voorstel van het kabinet om te komen tot een uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen. Er zijn echter een aantal verbeteringen van het kabinetsvoorstel mogelijk, waar LTO Nederland zich strek voor wil maken:
- LTO is van mening dat iedere zelfstandige bij zwangerschap een uitkering dient te ontvangen ter hoogte van het Wettelijk Minimum Loon (WML). Vooral voor jonge ondernemers is het van belang dat zij in aanmerking kunnen komen voor een uitkering bij zwangerschap.
- LTO pleit voor een levensloopregeling voor zelfstandigen. Deze faciliteit kan voor zelfstandige ondernemers functioneren als een voorziening bij arbeidsongeschiktheid, tijdelijke liquiditeitsproblemen of als een aanvulling op de oudedagsvoorziening. De regeling kan echter ook gebruikt worden als extra aanvulling op de uitkering bij zwangerschap voor zelfstandige ondernemers. Hiermee kan de ondernemer bijvoorbeeld voor vervanging zorgen.
- LTO vindt dat het mogelijk moet worden dat vrouwelijke ondernemers op de private markt een verzekering voor inkomensderving door zwangerschap en bevalling kunnen afsluiten via hun arbeidsongeschiktheidsverzekering.
5. Beroepsonderwijs in Bedrijf
Eind april 2007 heeft het ministerie van Economische Zaken de nieuwe regeling “ Bedrijfsonderwijs in Bedrijf” gelanceerd. Deze regeling stimuleert bedrijven en onderwijsinstellingen in het VMBO en MBO om gezamenlijk het praktijkleren (stages) te vernieuwen en te verbeteren. Het gaat om een doorlopende regeling (“wie het eerst komt …”) met voor 2007 een budget van € 12 miljoen. De afdeling Human Capital van SenterNovem voert de regeling uit. Bedrijven en onderwijsinstellingen hebben inmiddels al veel belangstelling getoond voor deze stimuleringsregeling. Aanvullend zijn ook al vele adviesgesprekken gevoerd met potentiële aanvragers. Daaruit zijn al meer dan 80 projectideeën voorgekomen, die ter toetsing aan SenterNovem zijn voorgelegd. De aanvragen zijn ondermeer afkomstig uit de agrarische sector. (Bron SenterNovem)
6. Ziekteverzuim in de agrarische sector uitzonderlijk laag
De agrarische en groene sectoren zijn er opnieuw in geslaagd het verzuimcijfer verder omlaag te brengen naar 2,2%. Dit is bijzonder omdat het verzuimcijfer al het meest gunstige was vergeleken met andere branches in het midden- en kleinbedrijf. Het eerstejaarsverzuim in de agrarische en groene sectoren daalde van 2,5% in 2005 tot 2,2% in 2006. Rekening houdend met het tweedejaarsziekte- verzuim komt het verzuimpercentage uit op 2,6% vergeleken met 2,8% in 2005. De belangrijkste oorzaken van het verzuim blijken nog steeds problemen met het bewegingsapparaat te zijn (48%), gevolgd door psychische problematiek. Deze beide onderwerpen hebben de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in onder andere het arbo-convenant dat de agrarische sector met de overheid had afgesloten. Verder blijkt leeftijd een belangrijke rol te spelen in de hoogte van het verzuim. Werknemers met een leeftijd vanaf 56 jaar hebben een relatief hoger verzuim, een gegeven wat naar de toekomst toe meer aandacht zal vragen in het preventiebeleid. Werkgevers- en werknemersorganisaties, samenwerkend in Stigas en Sazas (beide onderdeel van Colland) hebben de afgelopen jaren samen met verzekeraar en arbodienst gewerkt aan een versterking van de “agrarische ketenaanpak”.
Via deze ketenaanpak versterken de inspanningen op het terrein van preventie, verzuimbeheersing re-integratie en verzekeren elkaar, en worden producten en diensten specifiek op de risico’s in de agrarische sector afgestemd. Dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt blijkt uit het inmiddels uitzonderlijk lage verzuim. In een onlangs door het ministerie van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer aangeboden rapport werd de agrarische ketenaanpak als schoolvoorbeeld genoemd van een branche die zelf op een effectieve manier preventie van verzuimbeheersing kan organiseren. (Bron: Stigas)
7. Handmatig tillen
Werkgevers mogen voortaan hun personeel niet meer dan 23 kilo handmatig laten tillen. Doen ze dat wel, dan lopen ze het risico aansprakelijk gesteld te worden voor bijvoorbeeld rugletsel bij een werknemer. Dat is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad. De impact van het arrest is groot omdat in Nederland zo’n 2,6 miljoen werknemers regelmatig zonder tilhulp meer tillen dan 23 kilo.
MKB-Nederland vindt echter dat dit specifieke geval, waar deze gerechtelijke uitspraak over gaat, niet model mag staan voor alle gevallen waarin handmatig moet worden getild. Per sector en per situatie zouden er andere grenzen kunnen en moeten zijn. Ook zou mee moeten tellen hoe vaak er handmatig getild moet worden en of er alternatieven mogelijk zijn. (SZ bulletin 2007 nummer 9 en Arbo actueel 2007 nummer 14).
8. Werken naast VUT
Tijdens de Colland bijeenkomst van 23 mei 2007 is besproken hoe omgegaan dient te worden met de verdiensten uit arbeid in relatie tot de VUT uitkering. Bij veel VUT regelingen, waaronder de SUWAS regeling, is bepaald dat bij een volledige VUT-uitkering geen betaalde werkzaamheden mogen worden verricht. Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen hebben na overleg met hun respectievelijke achterbannengroen licht gegeven voor de mogelijkheid om werken naast VUT toch toe te staan. Er is uitvoerig gediscussieerd tot welk percentage het werken naast de VUT-uitkering wordt vrijgegeven.
Het advies van de Colland vergadering en het besluit van de SUWAS bestuursvergadering is om via het gevonden compromis het bijverdienen toe te laten tot maximaal 125% van de uitkeringsgrondslag. Dit geldt voor bijverdiensten binnen en buiten de agrarische sector. De voorgestelde aanpassing licht nu ter goedkeuring bij de cao partijen van de SUWAS regeling. Als de cao partijen hiermee instemmen zal het uitkeringsreglement behorend bij de SUWAS cao overeenkomstig worden aangepast. Hierbij zal tevens een definitie worden opgenomen wat onder loon wordt verstaan. Tevens zijn afspraken gemaakt over de indexering van VUT-uitkeringen. Tijdens de laatste cao onderhandelingen Open Teelten is het langer uitblijven van een cao akkoord met daarin opgenomen de overeengekomen loonsverhogingen en de indexering van de SUWAS I regeling die aan de loonsverhoging Open Teelten is gekoppeld, aan de orde geweest. Vanwege de continuïteit heeft het bestuur besloten om voor de SUWAS I uitkering vanaf 2008 de methodiek van indexering op basis van de prijsindexcijfers toe te passen. Het voorstel ligt momenteel ter goedkeuring bij cao partijen en zal na goedkeuring worden verwerkt in het uitkeringsreglement behorend bij de SUWAS cao. Voor het verrichten van vrijwilligerswerk naast een VUT uitkering geldt nog steeds een meldingsplicht.
9. Huisvesting seizoensarbeiders
De laatste jaren is er in Nederland sprake van een groeiende instroom van buitenlandse werknemers. Deze werknemers hebben behoefte aan huisvesting. Soms komen zij in brandgevaarlijke en onhygiënische omstandigheden terecht. Omwonenden ervaren soms overlast , wanneer er veel buitenlandse werknemers op één plek wonen. Gemeenten krijgen steeds meer te maken met deze problematiek. Huisvesting van werknemers is weliswaar primair een zaak van werkgevers, maar een gemeente kan vanuit haar positie bijdragen aan de juiste omstandigheden om problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit verlangt van gemeenten dat zij beleid maken en zich uitspreken hoe zij tegen de huisvesting van buitenlandse werknemers aankijken. De gemeente faciliteert ondernemers bij het huisvesten van hun buitenlandse werknemers. Dat is in het belang van de lokale economie. Maar niet tegen elke prijs. Wanneer het landschap, de leefomstandigheden van de buitenlanders (brandveiligheid, hygiëne etc.) of van de eigen (omwonende) burgers in het geding zijn, dan dient de gemeente haar uitgesproken beleid te handhaven en misstanden of overtredingen van afspraken aan te pakken. De huisvesting van tijdelijke werknemers is maatwerk. LTO Noord is als belangenbehartiger voor boeren en tuinders betrokken bij diverse discussies met gemeenten rond de huisvesting van buitenlandse werknemers. Daaruit blijkt dat veel gemeenten telkens proberen om het wiel uit te vinden.
LTO Noord is bekend met de toepassing van de diverse vormen van huisvesting voor buitenlandse werknemers. Aan de hand van onze ervaring fasciliteert LTO Noord gemeenten bij het vinden van passende oplossingen voor de geschetste huisvestingsproblematiek. Hieronder staan een aantal oplossingen die voor de huisvesting van seizoensarbeiders in Nederland worden toegepast.
- Samenwerkingsverband regio Eindhoven (SRE)
Het SRE maakt onderscheid in tijdelijke (maximaal 6 maanden) en structurele huisvesting voor tijdelijke werknemers. Tijdelijke huisvesting wordt toegestaan in bestaande complexen
zoals kloosters en asielzoekerscentra (alleen indien het complex al een huisvestings-bestemming had), op het eigen bedrijf door verbouwen eigen bedrijfsgebouw of logies in de eigen bedrijfswoning of stacaravans en woonunits op het eigen bedrijf. Structurele huisvesting wordt toegestaan in de vorm van bestaande en nieuw te bouwen logiesgebouwen in de kernen,
gebruik van vrijkomende agrarische gebouwen (alleen indien ze in bestaande kernen, bebouwingsconcentraties of kernrandzones liggen), herbestemming van kantoorgebouwen en het gebruik van nieuwe en bestaande woningen (verhuur of verkoop door particulieren of woningbouwverenigingen).
- Noord Limburg
In de provincie Limburg is op initiatief van de gemeente Horst aan de Maas een beleidsnota voor de huisvesting van seizoensarbeiders ontwikkeld door Gedeputeerde Staten.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in tijdelijke en structurele huisvesting. Tijdelijke huisvesting wordt toegestaan in woonunits op agrarische bedrijven, woonruimte op agrarische bedrijven voor tijdelijk gebruik, woonunits en stacaravans op campings (dienen fysiek en organisatorisch gescheiden te zijn van het toeristische deel van de camping) en hergebruik/nieuwbouw van voormalige bebouwing bij asielzoekerscentra. Voor de structurele huisvesting wordt gedacht aan wooneenheden in de kernen (hiervoor maken gemeenten prestatieafspraken met woningbouwverenigingen), logiesgebouwen in vrijkomende bestaande complexen zoals kloosters, asielzoekerscentra, zorgcentra en agrarische gebouwen. Daarnaast wordt gedacht aan de nieuwbouw van logiesgebouwen (Agromotels).
- Rivierengebied
In 2007 dienen werkgevers melding te maken bij de gemeente wanneer zij tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders op het eigen bouwperceel willen realiseren. Vanaf 2008 krijgen boeren en tuinders de mogelijkheid om tijdelijke buitenlandse arbeidskrachten te huisvesten binnen de (vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. De woonruimte dient te voldoen aan alle voorschriften van het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening, zodat brandveiligheid en een hygiëne gegarandeerd kunnen worden. Hiervoor dient er een verblijfsruimte, sanitair en kookgelegenheid aanwezig te zijn. De huisvesting mag het hele jaar door gebruikt worden, maar is alleen bedoeld voor de huisvesting van de eigen arbeidskrachten. Permanente bewoning is niet toegestaan. Gemeenten kunnen medewerking verlenen via een binnenplanse vrijstelling (artikel 15 WRO) indien het bestemmingsplan op korte termijn wordt herzien. Indien dat niet het geval is kan medewerking worden verleend aan tijdelijke huisvesting via een buitenplanse vrijstelling conform artikel 19 WRO.
- Noord Holland Noord
In de kop van Noord Holland wordt met een vrijstelling via art. 19 WRO een bouwvergunning
verleend om een logiesruimte voor seizoensarbeiders te bouwen op een agrarisch perceel
(zie parapluregeling gemeente Anna Pauwlona). Op basis van een uitspraak van de rechtbank
Alkmaar van 4 januari 2006 kan het in een bestemmingsplan echter niet geregeld worden dat
een logiesvoorziening alleen toegankelijk is voor seizoensarbeiders. De toegang tot de
bestemming dient dus op een andere manier dan het bestemmingsplan te worden
voorbehouden aan seizoensarbeiders. Inmiddels wordt ook door een aantal West Friese
gemeenten gewerkt aan beleid inzake de huisvesting van seizoensarbeiders.
- Aalsmeer en Westland
In de gemeente Aalsmeer wordt gedacht aan een flexhotel. Dit hotel bestaat uit 100 woonunits.
Deze woonunits zijn een soort caravans die plaats bieden aan vijf buitenlandse werknemers per
unit. In het Westland worden de diverse oplossingsmogelijkheden momenteel onderzocht.
Vragen en opmerkingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief zijn van harte welkom.
Jules Sanders
Economisch en Sociaal Beleid