| |
|
Colofon
|
| LTO Noord Nieuwsbrief Sociaal Economisch Beleid is de
maandelijkse elektronische nieuwsbrief voor bestuurders van LTO
Noord |
| LTO
Noord |
|
Keulenstraat 12
7418 ET Deventer
T 0570 - 66 28 62
F 0570 - 66 28 00
E info@ltonoord.nl
.
LTO
Noord Informaticentrum
Deventer T 0570 - 66 28
88
Drachten T 0512 - 30 51
00
Haarlem T 023 - 51 62 360
|
| Abonnement |
|
Indien u zich wilt afmelden
voor deze nieuwsbrief kunt op op deze
link klikken
Aanmelden kan hier
|
|
|
Inschrijving Kamer van Koophandel
Vanaf 1 januari 2008 zijn alle
ondernemingen verplicht om zich in te schrijven in het
Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In de Eerste Kamer is
onlangs het wetsvoorstel aangenomen voor een nieuwe
Handelsregisterwet. De oude wet had ten doel de rechtszekerheid in
het economisch verkeer te bevorderen. In de nieuwe opzet van de wet
wil men tevens de gegevenshuishouding van de overheid verbeteren en
de administratieve lasten van de ondernemer verminderen door het
invoeren van een digitaal basisregistratiesysteem. Diverse
overheidsinstellingen putten de benodigde gegevens uit dit systeem en
bedrijven hoeven dan maar eenmalig hun gegevens te verstrekken.
Het gevolg van deze wetswijziging is
dat alle land- en tuinbouwbedrijven zich in moeten inschrijven bij de
KvK (en niet alleen de VOF, BV of NV's). In het nieuwe systeem worden
alle categorieën ondernemingen en rechtspersonen op dezelfde
wijze ingeschreven in het Handelsregister. Dit brengt dus voor alle
bedrijven een registratieheffing met zich mee. Deze bedraagt op dit
moment circa € 45,- per jaar voor een eenmansbedrijf. LTO Noord
gaat ervan uit dat tegenover de heffing voor alle agrarische
bedrijven een aanzienlijke administratieve lastenverlichting staat
die deze nieuwe aanpak ook daadwerkelijk rechtvaardigt. De
verwachting is dat invoering van deze nieuwe heffingsplicht voor
bedrijven die zich tot nog toe niet behoefden in te schrijven bij de
KvK, in of na 2009 gaat plaatsvinden.
Participatietop
Kabinet, werkgevers, werknemers en
gemeenten hebben tijdens de participatietop een belangrijke stap
gezet om meer mensen aan de slag te helpen. De partijen delen de
noodzaak van versterking van de arbeidsparticipatie en verbetering
van het functioneren van de arbeidsmarkt. Ze hebben afspraken gemaakt
voor het aan het werk helpen van jongeren, vrouwen, ouderen,
allochtonen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. De gezamenlijke
ambitie is om de komende periode grote groepen mensen extra aan het
werk te helpen. Deze afspraken zijn op de top in een gezamenlijk
participatiedocument vastgesteld.
Om de arbeidsmarkt goed te laten functioneren is
verbetering van de arbeidsbemiddeling voor werklozen noodzakelijk.
Nog teveel openstaande vacatures gaan momenteel hand in hand met een
grote arbeidsreserve. Een betere bemiddeling kan worden bereikt door
een versterking van de regionale samenwerking. Een goede samenwerking
tussen regionale arbeidsmarktactoren maakt een vraaggerichte
benadering immers beter mogelijk. Dit is belangrijk, omdat directe
contacten met werkgevers de uitvoeringsorganisaties in de gelegenheid
stellen om werklozen direct naar werk te bemiddelen. Uit onderzoek is
gebleken dat deze op werkgevers gerichte benadering het meest
effectief is. Het kabinet, de Stichting van de Arbeid en de VNG
hebben daarom afgesproken in de loop van 2007 te bekijken hoe de
regionale samenwerking kan worden verbeterd. Albert Jan Maat,
voorzitter van LTO
Nederland, heeft op de participatietop aangegeven dat als je als
agrarische sector met de globalisering meebeweegt, je ook op
arbeidsgebied veranderingen moet durven doorvoeren. “Meer
mensen aan het werk, het kan omdat de economie zich nu gunstig
ontwikkelt en zich nieuwe kansen voordoen.” Ons land kan naar
zijn overtuiging met modernisering van arbeidsregels simpelweg niet
achterblijven. Ook brak de LTO voorzitter tijdens de participatietop
een lans voor een ruimere regeling gelegenheidsarbeid. Onlangs sprak
hij hierover met minister Donner (SZW).
Op dit moment mogen alleen scholieren en studenten van de regeling
gebruik maken. Als het aan LTO ligt moeten alle groepen dit
seizoenswerk kunnen doen. Ook maakte de LTO voorzitter in het overleg
melding van het digitale werkgeversloket. Dit biedt ondernemers
mogelijkheden om hun administratieve lasten, zoals eerste
dagmeldingen, sofinummers en zorgverzekeringen te verminderen.
Modernisering ontslagrecht
Het kabinet vraagt werkgevers en
werknemers haar uiterlijk 1 september 2007 te adviseren over een
kabinetsvoorstel over de arbeidsovereenkomst. Dit voorstel is
onderdeel van een brede aanpak van de arbeidsparticipatie door het
kabinet. Minister Donner van Sociale Zaken heeft de adviesaanvraag
samen met de tweede evaluatie van de Flexwet naar de Stichting
van de Arbeid (het overlegorgaan van de sociale partners) en de
Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet stelt in de aanvraag wijzigingen
voor in de arbeidsovereenkomst, onder meer op het punt van
beëindiging daarvan. Het kabinet is tot de conclusie gekoen dat
wijzigingen in de regeling van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk
zijn om te komen tot versterking van de arbeidsparticipatie. Die
wijzigingen vormen onderdeel van een breder pakket aan maatregelen.
De wijzigingen bestaan uit een wederzijdse verplichting tot scholing,
een vereenvoudiging van de ontslagregelingen, maximering van de
ontslagvergoeding en een betere bescherming van mensen met een
tijdelijke arbeidsovereenkomst. Het kabinet is van plan om te komen
tot een wettelijke regeling en vraagt om advies van de sociale
partners over de inhoud daarvan. Voor wat betreft het beëindigen
van de arbeidsovereenkomst komt dit op het volgende neer:
• Het huidige systeem gaat uit van beëindiging
via de kantonrechter of het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
Het kabinet wil het voor werkgevers mogelijk maken om de
arbeids-overeenkomst te beëindigen zonder eerst naar de rechter
te moeten stappen, mits daar goede gronden voor zijn. Hij is dan wel
verplicht om een vergoeding te betalen aan de werknemer. Bij ontslag
om bedrijfseconomische redenen is de werkgever op grond van de wet
niet verplicht een vergoeding te betalen, indien het ontslag vooraf
is getoetst door het CWI. De regeling laat onverlet dat vooral bij
collectief ontslag een sociaal plan wordt overeengekomen waarin wel
vergoedingen worden afgesproken.
• Het kabinet wil de hoogte van de wettelijke
ontslagvergoeding stellen op een maandsalaris per dienstjaar,
vermeerderd met een opslag voor oudere werknemers. Bij hen tellen de
dienstjaren tussen 40 en 50 jaar anderhalf keer en vanaf 50 jaar twee
keer mee voor de berekening van de ontslagvergoeding. De
ontslagvergoeding bedraagt maximaal een jaarsalaris, tenzij het
jaarsalaris lager is dan € 75.000,--. In dat geval ligt het
maximum bij dat bedrag. In geval van oudere werknemers ligt dit
maximum bij € 100.000,--.
• Verder komt er een wederzijdse scholingsplicht.
Werkgevers worden verplicht om werknemers te scholen en werknemers om
scholing te volgen. De kosten hiervan kunnen door de werkgever tot een
kwart van het maandsalaris per dienstjaar worden verrekend met de
ontslagvergoeding.
• In samenhang hiermee wil het kabinet de
rechtspositie van tijdelijke werknemers verbeteren. De tweede
evaluatie van de Flexwet geeft daar ook aanleiding toe. De vrijheid
om af te wijken van de wettelijke regeling die geldt voor tijdelijke
contracten wordt ingeperkt. Dat betekent, dat na drie jaar of bij het
vierde contract altijd een vast contract ontstaat. De periode van drie
jaar kan nog wel door sociale partners bij CAO worden verlengd, maar
alleen als er sprake is van contracten met een minimale duur van een
jaar. Het kabinet vindt het wel wenselijk, dat als een werknemer
langer dan drie jaar op een tijdelijk contract in dienst is, de
werkgever na afloop daarvan een vergoeding moet betalen, over de
jaren na het derde dienstjaar. Hiermee wordt het verschil tussen
mensen met een tijdelijke en vast arbeidsovereenkomst verkleind.
VNO-NCW,
MKB-Nederland
en LTO
Nederland zijn tevreden dat het kabinet het ontslagstelstel
moderniseert. Met deze doorbraak komt een einde aan de ingewikkelde,
tijdrovende en dure ontslagprocedure via de kantonrechter. De
ontslagvergoeding wordt aan een maximum gebonden. Scholingskosten
worden van de vergoeding afgetrokken. De CWI route blijft bestaan
voor ontslag om bedrijfseconomische redenen. Het huidige
ontslagstelsel dateert uit de bezettingstijd. Eerdere akkoorden
tussen werkgevers en vakbonden over modernisering van het
ontslagrecht strandden het afgelopen jaar bij de achterban van de
bonden. Daarom is het op de participatietop formeel niet aan de orde
geweest. Het kabinet heeft nu, zoals aangekondigd, zelf de knoop
doorgehakt. In zijn brief geeft het kabinet aan voornemens te zijn om
het ontslagrecht te moderniseren. Voor september 2007 wordt nog een
formele poging gedaan om met de vakbeweging op één lijn
te komen. De drie werkgeversorganisaties hopen dat het nieuwe stelsel
op 1 januari 2008 in werking kan treden. Werkgevers zijn onder
voorwaarden bereid om een serieuze aanval te doen op de langdurige
werkloosheid. Zij willen hun vacatures proberen te vervullen met
langdurig werklozen. Of dit plan ook werkelijk door kan gaan hangt
wél af van de uiteindelijke vormgeving van een nieuw
ontslagstelsel en van aanvullende maatregelen die het mogelijk moeten
maken langdurig werklozen een kans te geven op een baan in de
marktsector.
Meer chronisch zieken en
gehandicapten aan het werk
Meer mensen met een chronische ziekte
of handicap hebben een baan. Tussen 2003 en 2005 nam de
arbeidsparticipatie van chronische zieken toe van 31 naar 39 procent.
Tegelijkertijd halveerde tussen 1999 en 2005 de tijd die deze mensen
wegens ziekte verzuimden. Ook daalde het aantal mensen dat volledig
arbeidsongeschikt is van 78% in 1999 naar 67% in 2005 (Rapport
Kerngegevens Maatschappelijke situatie 2006, onderzoeksinstituut
NIVEL). Het kabinet wil nog meer mensen met een chronische ziekte
of handicap aan een baan helpen. Zo zullen er 10.000 brugbanen komen
voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Ook gaat het kabinet door met
de campagne “Geknipt voor de juiste baan” om werkgevers
te overtuigen dat gedeeltelijk arbeidsgeschikten goede en
gemotiveerde werknemers zijn.
Steeds meer ouderen werken langer door
Steeds meer ouderen tussen 55 en 65 jaar werken. In
2006 werkte 41,7%, in 2005 was dat nog 39,7%. Als deze stijgende
trend zich voortzet slaagt Nederland er in om te voldoen aan de
afspraken die in de Europese Unie zijn gemaakt over de
arbeidsdeelname van ouderen in 2010 (Lissabon-doelstellingen).
Vooral vrouwen tussen 55 en 59 jaar werken steeds vaker:
in 2005 werkte 38,3% van hen, in 2006 42,7%. Dit percentage is de
afgelopen tien jaar zo goed als verdubbeld. Bij mannen is een
geringere stijging te zien van 72,2% in 2005 naar 73,2% in
2006.Vooral bij ouderen van 60 tot 65 jaar is nog veel winst te
boeken. Het aandeel werkenden stijgt daar wel, maar is relatief
gering: nu werkt 20,8% van die ouderen: 28,8% van de mannen (was
25,1% in 2005) en 12,8% van de vrouwen (was 11,5%). Gemiddeld stoppen
mensen op 61 jarige leeftijd met werken. Ook is de arbeidsdeelname van
mannen tussen de 45 en 55 jaar in 2006 nog steeds lager dan rond de
eeuwwisseling. De werkloosheid onder ouderen ligt met 5,1% boven het
landelijk gemiddelde in Nederland van 4,7%. Binnenkort start het
actieteam “Talent 45+” die de werkgelegenheid voor
ouderen gaat stimuleren. De samenwerking tussen werkgevers,
re-integratiebedrijven, gemeenten en uitzendorganisaties zal door het
actieteam worden bevorderd. Het afgelopen jaar is het gelukt om de
noodzaak van langer doorwerken onder de aandacht te brengen en de
beeldvorming over ouderen positief te beïnvloeden. Werkgevers en
werknemers maken op basis van de CAO steeds vaker afspraken over
langer doorwerken. Het gaat daarbij over zaken zoals
loopbaanbegeleiding, scholing en aanpassing van de arbeidstijden voor
ouderen. Veel CAO’s bevatten afspraken over leeftijdsbewust
personeelsbeleid, mogelijkheden om door te werken na het pensioen en
mogelijkheden voor aanpassing van de werktijden en
arbeidsduurverkorting. Eerder stoppen met werken is mede als gevolg
van ontmoedigende wettelijke maatregelen, in vergelijking met vijf
jaar geleden veel minder populair geworden. De mogelijkheid om eerder
te stoppen met werken is uit veel CAO’s verdwenen. In 2001
golden vut-afspraken voor 83% van de werknemers vallend onder een
CAO, in 2006 is dat nog slechts 11%.
Leeftijdsbewust personeelsbeleid
LTO Noord projecten heeft een projectvoorstel
gehonoreerd gekregen dat zich richt op een meer leeftijdsbewust
personeelsbeleid op land- en tuinbouwbedrijven. De plannen daarvoor
zijn voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zelfs
aanleiding om 40.000 euro financiële steun te verlenen. Het
project richt zich op ervaren werknemers en hun werkgevers. Bij
ouderen komt relatief meer ziekteverzuim voor dat te maken heeft met
geestelijke problemen die voortkomen uit de relatie tussen werkgever
en werknemer. LTO Noord wil voorkomen dat dergelijke situaties
uitlopen in arbeidsongeschiktheid en in een strijd voor ontslag die
voor de rechter moet worden uitgevochten. Dit proces kost vaak veel
geld en (negatieve) energie. Het is vooral belangrijk om tijdig actie
te ondernemen. Werkgevers moeten signalen van hun werknemers goed
opvangen en beide partijen moeten er met elkaar over praten. De
agrarische sector blijkt voortrekker op dit gebied. LTO Noord heeft
complimenten gekregen van het ministerie van SZW
omdat we ons als eerste richten op het geestelijk welzijn van ervaren
werknemers. Dat was aanleiding om ons project te financieren. Het
project gaat in september van start. Werkgevers en werknemers kunnen
zich nu al aanmelden voor het project. Er is plaats voor vijftig
werkgevers en vijftig werknemers. Die gaan in koppels aan de slag met
het opvangen van signalen en het bespreekbaar maken van eventuele
klachten. Deelname is gratis. Het project is opgezet door LTO
Noord.
Meer informatie: Peter Baltus, E
pbaltus@ltonoordprojecten.nl.
Meer informatie: Jules Sanders, Beleidsadviseur
Economisch en Sociaal Beleid, E
jsanders@ltonoord.nl
|