Brief  

 

Het College van Burgemeester
en Wethouders van Harenkarspel

Postbus 10
1749 ZG  WARMENHUIZEN

Betreft:

Doel- en Reikwijdtenotitie Integrale Beoordeling Structuurplan Harenkarspel

Geacht College,

LTO Noord heeft met belangstelling kennisgenomen van de ‘Doel- en Reikwijdtenotitie Integrale Beoordeling Structuurplan Harenkarspel’. Mede namens de LTO Noord afdeling Groot-Geestmerambacht geeft voornoemde notitie ons aanleiding tot de volgende reactie.

Als eerste moet ons van het hart dat het initiatief van de gemeente Harenkarspel om voorziene functiewijzigingen in het kader van het Structuurplan te toetsen op landbouwkundige effecten bijzonder gewaardeerd wordt. Het opstellen van de Integrale Beoordeling, waarvan de Landbouw Effect Rapportage (LER) deel uitmaakt, zal moeten bijdragen aan een evenwichtige besluitvorming over het Structuurplan.

Voor LTO Noord is het essentieel dat de conclusies en aanbevelingen uit de LER volledig en herkenbaar in de Integrale Beoordeling worden opgenomen. Het kan en mag niet zo zijn dat de conclusies en aanbevelingen vanuit de Strategische Milieubeoordeling, de Watertoets en de LER ‘diffuus’ in de Integrale Beoordeling tot uiting komen waardoor de effecten van de afzonderlijke onderzoeken niet meer als zodanig herkenbaar zijn. Voorzover de Integrale Beoordeling hierin niet voorziet is LTO Noord van mening dat de LER als separaat document aan de Integrale Beoordeling moet worden toegevoegd. Wij vinden het van groot belang dat de effecten van voorziene functiewijzigingen in het primair agrarische productiegebied van Harenkarspel helder in beeld worden gebracht.

LTO Noord heeft inmiddels veel ervaring opgedaan met het opstellen van LER’s. Essentieel onderdeel hierbij is de begeleiding door gebiedsdeskundigen. In tegenstelling tot het opstellen van een milieueffectrapportage zijn de randvoorwaarden bij het opstellen van een LER minder van ‘hogerhand’ opgelegd maar meer afgeleid van het gebiedsniveau. Dat betekent dat de effecten van voorziene functiewijzigingen ook op gebiedschaal beoordeeld moeten worden. Gebiedskennis is daarbij noodzakelijk. LTO Noord is derhalve van mening dat het opstellen van de LER begeleid moet worden door een commissie waar landbouwvertegenwoordigers met gebiedskennis deel van uitmaken.
Met verwijzing naar de inhoudelijk aspecten van de Integrale Beoordeling is LTO Noord van mening dat in de LER de volgende onderzoeksvragen aan de orde moeten komen:

1.   Plan en studiegebied
Beschrijving en afbakening van het plangebied en studiegebied in woord en beeld.

2.   Huidige situatie
Beschrijving van de huidige agrarische situatie (nulmeting) in het plangebied en het studiegebied.
De volgende aspecten dienen bij de beschrijving van de huidige situatie aan de orde te komen:
-       aantal en type land- en tuinbouwbedrijven (incl. aantal beëindigers en verplaatsers);
-       omvang en aard van het land- en tuinbouwareaal;
-       verdeling bedrijven naar areaal en economische omvang;
-       aan- en afvoerroutes van de agrarische producten;
-       eigendoms- en (erf)pachtsituaties;
-       verkavelingssituatie en -structuur;
-       flora- en faunasituatie;
-       milieusituatie en -vergunningverlening

3.   Autonome ontwikkelingen
Beschrijving van de te verwachten autonome ontwikkelingen in de agrarische sector in het plan- en studiegebied en de regio voor de komende tien jaar.

4.   Effecten van het plan
Beschrijving van de effecten van de voorgenomen functiewijziging op de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in het plangebied.

In relatie tot de autonome ontwikkeling en het planconcept dienen de volgende aspecten in het  plan- en studiegebied aan de orde te komen:

Vergunningverlening

Ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven in relatie tot RO-, Milieu- en Natuurbeschermingswet vergunningverlening.

Flora en fauna
De volgende aspecten zijn van belang:
-
      
te verwachten flora (omvang en soorten van schadeveroorzakende flora);
-       te verwachten fauna (omvang en soorten van schadeveroorzakende fauna, bejaagbaarheid).

Waterkwaliteit en -kwantiteit
V
eranderingen in de aan- en afvoer en samenstelling van oppervlaktewater (verdroging, vernatting, volumes, peil) zijn hierbij van belang.

 Bedrijfsvoering en ontwikkeling van de omliggende bedrijven

De volgende aspecten zijn hierbij van belang:
-       overblijvende bedrijven;
-       inkomens/omzetderving;
-       gemiddelde bedrijfsomvang;
-       schaalvergroting;
-       verkavelingsstructuur (huis- en veldkavels);
-       teeltmogelijkheden van gewassen;
-       toepassing van gewasbeschermingsmiddelen;
-       toepassen van (organische) bemesting;
-       bereikbaarheid van de percelen;
-       planologische duidelijkheid en rechtszekerheid;
-       eventuele waardeverandering van de gronden en gebouwen.

5.   Kansen voor de agrarische sector
Beschrijving van de mogelijke kansen die ontstaan voor de land- en tuinbouwbedrijven.

6.   Structuurverbetering
Beschrijving van de wensen en mogelijkheden van de te verplaatsen en omliggende bedrijven in relatie tot noodzakelijke agrarische structuurverbetering.

7.   Conclusies en aanbevelingen
Trekken van conclusies en het doen van aanbevelingen. Beschrijving van de uit te voeren maatregelen om de eventuele nadelige effecten voor de omliggende agrarische bedrijven rondom het plangebied te monitoren en te beperken.

8.   Afspraken en vervolg

Beschrijving van de te maken afspraken met de initiatiefnemers om de eventuele nadelige effecten op de omliggende agrarische bedrijven te compenseren in de vorm van een nadeelcompensatieregeling.

Wij zijn te allen tijde bereid deze reactie van een mondelinge toelichting te voorzien.

Hoogachtend,

Ing. A.J. Mooij
Beleidsadviseur LTO Noord provincie Noord-Holland

 

«terug
copyright: LTO Noord afd. Groot-Geestmerambacht